Griezelverhaal (8+): Negen Tenen

griezelverhaal negen tenen

Ik heb maar negen tenen.

Maar vroeger had ik er tien, net zoals jullie.

Ik zal je vertellen hoe dat gekomen is.

Toen ik ongeveer net zo oud als jullie was, woonde ik in een klein dorpje, alleen met mijn moeder en mijn zusje in een klein huis. Wij waren arm, en mijn moeder kon niet altijd de boodschappen betalen. Gelukkig groeide er veel groente in ons tuintje.

Maar ik weet nog goed, ik was toen 9 jaar oud, dat we een avond helemaal niets te eten hadden. Ik had honger, maar ik begreep dat mijn moeder er ook niets aan kon doen. Mijn kleine zusje van vier begreep dat niet. Ze huilde en wreef met haar handje over haar buik.

En ik dacht, ik ben haar grote broer, ik wil haar helpen. Ik zal zorgen dat we morgen wel eten hebben!

De volgende dag stond ik heel vroeg op. Ik liep de weg af, naar het moerasgebied. Eigenlijk mocht ik daar niet alleen komen. Vroeger, toen mijn vader nog thuiswoonde, had hij me wel eens meegenomen. Ik wist er de weg.

Het was mistig en ik kon maar een paar meter ver zien. Ik liep langzaam, om goed te kunnen kijken waar ik mijn voeten neerzette. Zand en gras, maar ik wist dat het meeste drijfzand was. Als je daar op ging staan zakte je heel snel weg en verdween je onder het zand. Het moeras maakte zachte bubbelgeluidjes, maar verder was het mistig, donker en stil om me heen. Ik rilde even.

Ik volgde de paadjes door het moeras, op zoek naar struiken met bessen, naar brandnetelplanten voor de soep, naar misschien een kleine notenboom.

Plotseling struikelde ik over iets vreemds. Het stak uit de grond, net naast het paadje. Ik bukte. Wat was dat?

Het had dezelfde kleur als mijn vingers, stak een heel eind boven de grond uit. Aan één zijkant zat een harde rand met de kleur van mijn nagels. Ik pakte het vast. Het was zacht en een beetje warm. Misschien kon je het wel eten!

Zo hard als ik kon begon ik te trekken, maar ik kreeg het er niet uit.

Maar hey, ik was al 9, en ik was slim. Ik pakte het ding vast, en begon er rondjes om heen te lopen terwijl ik het vast hield. Het begon te knakken, ik hoorde het scheuren en na een paar rondjes trok ik opnieuw. Bijna viel ik achterover toen het ding losliet. Er droop nog wat roods vanaf.

Ik haastte me naar huis. Misschien wist mijn moeder wat het was! Het leek wel een soort teen, dacht ik nog even, maar dat kon helemaal niet.

Thuisgekomen rende ik gelijk naar mijn moeder toe. Die keek ernaar, maar wist het ook niet. Toen haalde ze haar schouders op, liep naar de keuken, legde een snijplank op het aanrecht en pakte een mes. Ze sneed de harde kant eraf, en begon de rest van het ding in blokjes te snijden.

Die blokjes gingen in een pan met kokend water, met wat groene bladeren van een plant die ik niet kende.

De soep die we die avond aten was heerlijk. De blokjes leken wel een soort kippenvlees, maar dan met net een ander smaakje. Ik at wel drie borden op. Heerlijk! Maar weet je waar ik het meest blij van werd? Van mijn lachende zusje. Ze was zo blij weer iets te kunnen eten! Na het eten danste ze door de kamer. Ik voelde me een trotse grote broer.

Ik viel die nacht snel in slaap. Maar midden in de nacht werd ik plotseling wakker. Ik wreef in mijn ogen. Buiten hoorde ik een paar dreunen. Ik rilde. Er kwam wat koude wind door mijn raam dat op een kiertje stond naar binnen. Plotseling hoorde ik een zware stem: “Waaaaaar is mijn teeeeeen?”

Ik huiverde en dook weg onder mijn deken. Het was doodstil. Na een tijdje dacht ik: ik heb het vast maar gedroomd. Toen, dreunen naast mijn slaapkamerraam. Een grote zwarte schaduw. “Waaaaaar is mijn teeeeeen?”

Ik sprong uit mijn bed, trok mijn deken mee en dook onder mijn bed. Daar verstopte ik me ook wel eens voor mijn moeder als ze me zocht. Ik kneep mijn ogen dicht en maakte me zo klein mogelijk onder het bed. “Waaaaaar is mijn teeeeeen?”

Het slaapkamerraam rammelde. Ik voelde een koude wind. Ik deed één oog open en zag naast het bed op de grond een hand van een reus. Een hoofd kwam naar beneden en één van de ogen kon net onder mijn bed kijken. De mond ging open. “Waaaaaar is mijn teeeeeen?”

Ik was helemaal verstijfd van schrik en wist niet wat ik moest doen. Toen de grote hand mijn been beetpakte, viel ik van de schrik flauw.

De volgende morgen werd ik wakker onder mijn bed. Ik rilde nog een beetje na. Ik kon me de enge droom nog precies herinneren.

Maar toen ik onder het bed uitkroop, zag ik dat het slaapkamerraam openstond. En toen ik wilde gaan staan, trok er een felle pijn door mijn linkervoet. Aan mijn linkervoet miste de kleine teen. En het leek wel alsof íe afgebeten was.

Sindsdien heb ik nog maar negen tenen.

En daarom, jongens en meisjes, als je een keer ergens buiten loopt. En het is mistig of een beetje donker. En je voet stoot tegen iets aan. En je bukt en voelt. En als het dan iets is wat lijkt op een reuzenteen, dan heb ik één, hele, goede, raad, voor je:

REN VOOR JE LEVEN!

Tips van de verhalenverteller

Dit griezelverhaal is geschikt om te vertellen of voor te lezen vanaf 8 jaar (groep 5, groep 6, groep 7, groep 8).

Een griezelverhaal goed vertellen heeft veel met timing te maken. Dat is lastig in de tekst weer te geven. Je zult merken dat de herhaling van “Waaaaaar is mijn teeeeeen?” het steeds enger maakt. Aan het eind van het griezelverhaal laat ik meestal de luisteraars schrikken.

In deze blog lees je alles over griezelverhalen vertellen en hoe je je luisteraars kunt laten schrikken.

Gebruik van dit griezelverhaal

De auteur van deze bewerking is Rudolf Roos.

Wil je dit griezelverhaal vertellen of voorlezen? Ik heb dit griezelverhaal niet zelf verzonnen, het bestaat in allerlei varianten over de hele wereld (voorbeeld). Wel heb ik er mijn eigen versie van gemaakt. Je hebt mijn toestemming om die te vertellen (maak er vooral jouw versie van) of voor te lezen. Hierbij geldt: mondeling, voor live publiek, zonder het maken van (digitale) opnames.

Ik vind het leuk als je daarna hieronder een reactie plaatst met jouw ervaringen en tips.

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *