Alles over Griezelverhalen Vertellen

griezelverhalen vertellen: lantaarnpaal

Het is doodstil. Een koude rilling loopt over je rug. Griezelverhalen vertellen. Alles wat je er altijd over wilde weten maar nooit durfde te vragen.

Angst is een hele nuttige emotie

Schuifelend over een pad langs de rand van een afgrond lopen. Ik ben helemaal gespannen en voel de angst om te dichtbij te komen, om te vallen. Een angst die me ver weg van dit gevaar wil houden: heel nuttig.

Dag na dag naar de dierentuin gaan, op bezoek bij de grootste gorilla. En dan je tanden ontbloten om hem vriendelijk toe te lachen. Misschien had een beetje angst voor Bokito daar een hoop goeds kunnen doen!

Een tienerjongen is bang om ’s nachts door een donker stadspark vol junks te wandelen. Gelukkig maar. Want dat is de soort angst die je helpt.

Hoe graag we het ook zouden willen, de wereld is niet veilig. Kwaad bestaat. Er zijn dingen om bang voor te zijn.

griezelverhalen vertellen: eng gezicht

Angst die verlamt

Maar soms zijn we ook bang, zonder dat het nuttig is. Het kan ons verlammen, we kunnen in paniek raken. Die angst kan ons leven beperken. Het is belangrijk om er mee leren om te gaan.

Als een kind niet meer wil slapen omdat er monsters onder het bed wonen, is dat een angst waar je haar graag mee wil leren omgaan.

Griezelverhalen vertellen

Bij het samen meemaken van een verteld eng verhaal kun je leren omgaan met je angst in een veilige omgeving. Het is namelijk niet echt, je bent niet alleen en de hoofdpersoon in het verhaal kan je op ideeën brengen hoe met je eigen angsten om te gaan.

Daarnaast is een beetje angst vaak heel prettig. Het is spannend, het houdt je alert en geeft je een adrenalinekick bij een goede afloop. Lekker griezelen!!!

Niet voor niets zijn griezelboeken zo populair bij kinderen. En wat te denken van de boeken en films van Stephen King die door volwassenen verslonden worden?

enge verhalen vertellen: lantaarnpaal

Hoe eng kun / wil je griezelverhalen vertellen?

Wat eng is, is voor iedereen anders.

Er zijn veel kinderen bang voor clowns. Anderen deinzen weg op straat als ze een hond zien lopen. En sommigen kunnen niet slapen in het donker.

Ook voor volwassenen verschilt dit nogal. Mijn vriendin was vertrokken naar een land op de Balkan. Plotseling hoorde ik een tijd niets meer van haar. Ik kon zien dat mijn whatsapp berichtjes niet meer bij haar aankwamen. Was ik bang? Ja. Misschien heb ik teveel films over ontvoeringen in dat soort landen gezien?

Bang voor spinnen? Angst om zwanger te zijn? Angst voor dementie? Bang alleen op straat in het donker? Hele verschillende soorten angsten voor hele verschillende mensen.

De verantwoordelijkheid van de verhalenverteller

Als ik een verhaal vertel, heb ik niet alles in de hand. Ik weet niet alles van mijn luisteraars. Maar ik ben wel verantwoordelijk voor wat ik hen vertel.

Daarbij zijn er voor mij twee dingen als professioneel verhalenverteller altijd belangrijk. Enerzijds: wat is de (cognitieve) leeftijd van de luisteraars? Daar vertel ik verderop nog meer over.

En als tweede: hebben mijn luisteraars een keuze? Ik bedoel met de keuze of ze zelf gekozen hebben dat ze naar het verhaal komen luisteren en of ze ook zelf weer weg kunnen gaan.

In een onderwijssetting of bij een maaltijd waar je aan iedereen iets vertelt, hebben je luisteraars daar vaak niet allemaal voor gekozen en is de drempel ook hoog om weg te gaan. Dat is een heel ander publiek dan luisteraars die deelnemen aan een spooktocht om eens lekker te griezelen.

Luisteraars maken hun eigen beelden

Het voordeel van een verteld verhaal ten opzichte van een film, tv-serie of theater is dat je de luisteraars geen beelden aanreikt. Ze bepalen zelf hoe griezelig de plaatjes in hun eigen hoofd worden. Ze hebben zelf de regie. Daardoor laat je ze na afloop ook niet achter met allerlei enge beelden en enge muziek in hun hoofd.

Voor jonge kinderen is dit ook een beschermingsmechanisme. Het is bekend dat als ze luisteren naar een verhaal dat eigenlijk voor volwassenen is, ze de te enge gedeeltes kunnen ‘blokkeren’.

Griezelverhalen vertellen: maak je eigen keuzes

Vertel geen verhalen waar je zelf niet helemaal achter staat. Zo simpel is het. Dat doe ik ook. En als je een eng verhaal vertelt, verplaats je dan van te voren ook echt in het verhaal, voel de angst van de personages.

enge verhalen vertellen enge pop

Griezelverhalen voor jongere kinderen

Moet dat nou? Voor die kleintjes?

Mmmm… Zijn jonge kinderen wel eens bang? Ja, natuurlijk. En kunnen verhalen hen helpen om daar op een goede manier mee om te gaan? Ja. Dus?

Voor jonge kinderen is het belangrijk dat je een griezelverhaal altijd vertelt in een veilige omgeving, waar kinderen hun angst kunnen ervaren met ‘support’. Support omdat ze niet alleen zijn, maar met een heleboel kinderen. Support omdat de verhalenverteller zorgt dat het verhaal niet te eng wordt. En support omdat er volwassenen zijn (juf, mama) waar het kind bij weg kan kruipen als het nodig is.

Let op tijdens het vertellen

Als je een griezelverhaal verteld aan jonge kinderen (vanaf 4 jaar) zijn er een paar dingen belangrijk:

  • hou het luchtig en zorg dat er naast wat te griezelen, ook wat te lachen is
  • wees je extra bewust van je luisteraars, wat zie je, wat hoor je, wat voel je?
  • als je een lip bij een kind ziet gaan trillen of aanvoelt dat het te eng wordt, kun je een paar dingen doen:
    • laat het kind even bij een volwassene gaan zitten
    • maak een grap waar je lekker met z’n allen om kunt lachen
    • verwoord dat je het zelf ook best een beetje eng vindt
    • stap even kort uit je rol en zeg tegen de kinderen dat het allemaal wel goed komt

Tot slot: laat aan het eind van je verhaal de slechterik (het monster, de wolf, de heks) dood gaan of onherroepelijk verdwijnen. Dit is belangrijk omdat voor jongere kinderen het verhaal ‘echt’ is. Een wolf die niet doodgaat kan ’s nachts onder je bed liggen. Er is een hele goede reden waarom sprookjes vaak zo’n gruwelijk einde voor de slechterik hebben, en dat is voor jongere kinderen heel logisch en normaal.

Voor jonge kinderen hoef je niet per se op zoek naar ‘een griezelverhaal’. De klassieke sprookjes van Grimm zijn vaak eng genoeg. Het enge zit hem meer in hoe je het vertelt.

Zo vertel ik bijvoorbeeld regelmatig voor kleuters ‘De Wolf en de Zeven Geitjes’. Dat sprookje is van zichzelf al eng genoeg, dus ik maak het ook niet heel veel enger. Er zijn vaak een paar kleuters die tegen de juf aankruipen, en daar lekker zitten te luisteren.

Ooit probeerde ik een wat vriendelijker einde uit voor de wolf. Maar ik werd direct door sommige kleuters gecorrigeerd: “Hij gaat dood!”.

enge spin

Griezelverhalen vertellen voor oudere kinderen

Oudere kinderen (vanaf zo’n 8 jaar) zijn zich er meer van bewust dat het verhaal niet echt is. Ze kunnen ook al gauw zeggen: “het is niet echt he”. Of soms heel stoer: “ik vond het niet eng hoor”. Laat je daar niet teveel door leiden, ook voor oudere kinderen kan het te eng zijn.

Een jump scare (hoe je dat doet lees je verderop) werkt vaak goed voor deze leeftijd.

Ook voor deze leeftijd is angst iets om mee leren om te gaan, niet een doel op zich. In het Engelse boek ‘Outfoxing Fear‘ vind je verhalen van over de hele wereld die hier goed bij passen.

3 enge verhalen om te vertellen voor oudere kinderen

  1. De geraamtevrouw
    Mijn versie van dit verhaal heb ik vele malen verteld aan oudere kinderen. Het is ook geschikt voor tieners en volwassenen, en heeft naast het ‘enge’ ook een diepere laag.
  2. Van iemand die erop uit trok om het griezelen te leren
    Een leuk idee: iemand die wil leren griezelen. Dit verhaal bevat verschillende episodes, het is een beetje lang, dus je kunt het prima in stukjes vertellen.
  3. Negen tenen
    Één van de favoriete verhalen van oudere kinderen. Jaren later spreken ze me er nog op aan: “U vertelde toch van die teen?”

Griezelverhalen voor tieners en volwassenen

Tieners en volwassenen hebben vaak een keuze of ze wel of niet naar je verhaal willen luisteren. Je kunt dus wat griezeligheid betreft iets verder gaan.

Als je een griezelverhaal goed vertelt, voelt de luisteraar de angst en ervaart hij het verhaal in zijn hoofd. Alhoewel de sfeer van de plek waar je het vertelt (donker) en je uiterlijk er wel toe doen, is dat niet het belangrijkste. Als je ervoor kiest om je eng te verkleden (wat niet nodig is), zul dat je of heel goed moeten doen of het risico lopen dat de reactie is: je gaat ons echt niet bang maken hoor.

3 griezelverhalen om te vertellen aan tieners en volwassenen

De korte verhalen uit de boeken van Scary Stories (zie hierboven) zijn heel geschikt (ook recent verfilmd).

  1. Het Spook van de Zeedijk
    Legendes over het plaatselijke spook of de griezelige gebeurtenissen die dichtbij ooit hebben plaatsgevonden, doen het vaak goed.
  2. Rixt van Oerd
    Nederland is een waterland en zit vol verhalen over vuurtorens en wrakken en vreemde schepen. Dit is er eentje die het meestal goed doet.
  3. Horrorverhalen van twee zinnen (Engels)
    Het hoeft niet lang te zijn om eng te zijn. Deze korte verhalen kun je gebruiken als introductie.
geesthand

Hoe maak je zelf een griezelverhaal?

  • Begin met een angst. Wat is er eng in dit verhaal?
  • Welke personages hebben er mee te maken? Vaak werkt het goed als de personages dicht bij je luisteraars liggen.
  • Hoe laat je die angst steeds groter worden in je verhaal? Welke gebeurtenissen zorgen daarvoor?
  • Hoe loopt het verhaal af? Goed of slecht?

Hoe laat je je luisteraars een gat in de lucht springen?

In het Engels noemen ze het een ‘Jump Scare’, en dat is wel een goede naam. Je bouwt je vertelling zo op dat je aan het einde je luisteraars laat schrikken. Soms springen ze dan werkelijk een gat in de lucht! Daarna volgt een hoop plezier en rumoer.

Een jump scare is vooral geschikt voor oudere kinderen en jonge tieners (8-14 jaar).

Hoe laat je je luisteraars schrikken?

  1. Kies een eng verhaal met een opbouw erin

    Om je luisteraars te laten schrikken, moeten ze natuurlijk wel geboeid naar je griezelige verhaal zitten te luisteren. Kies een verhaal dat langzaam de spanning opbouwt, en waarin bijvoorbeeld een zinnetje (“Waaaaaar is mijn teeeeeen?“) herhaald wordt.

  2. Vertraag je verhaal

    Richting het einde van je verhaal ga je langzaam vertragen. Daardoor vertragen je luisteraars van binnen ook.

  3. Ga zachter praten

    Praat zo zacht dat ze zich in moeten spannen om je nog te kunnen horen. Dat ze op het puntje van hun stoel zittten.

  4. Maak jezelf kleiner

    In het laatste stuk van je verhaal buig je je hoofd een beetje naar voren. Je zakt wat in.

  5. Laat ze vol overtuiging schrikken

    Zet een stap naar voren, maak je breed en roep hard je laatste zin.
    Hoe groter het contrast (vertraagd verhaal – resoluut naar voren stappen, zachte stem – harde stem, kleine houding – groot en breed), hoe groter de schrik is.

  6. Wacht met verder gaan tot het rumoer bedaard is

    Geef iedereen rustig de tijd om te lachen en te griezelen. Lach mee, en ga pas weer verder als het rumoer bedaard is.

Meer gegriezel!

Er is nog veel meer te vertellen over griezelverhalen vertellen. Welke verhalen vind jij eng? Heb je goede of slechte ervaringen met griezelverhalen? Een vraag die ik nog niet beantwoord heb? Aanvullingen of tips?

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *