Kerstverhaal voor kinderen: Poes is Zoek

Het sneeuwt buiten en is erg koud. In dit warme kerstverhaal voor kinderen raakt Vlekje, de poes van Erva, zoek in de kou.

Ik vertel dit kerstverhaal voor kinderen in de onderbouw van de basisschool (groep 1, groep 2, groep 3, groep 4, leeftijd 4-8 jaar). Natuurlijk steeds een beetje anders.

Poes is zoek

Het was kerstvakantie. Erva zat op de bank vlakbij het raam. Ze keek naar buiten. Alles was wit van de sneeuw. En het sneeuwde nog steeds.

Ze wilde zo graag buiten spelen in de sneeuw. Sneeuwballen gooien. Een sneeuwpop maken. Met de slee.

Maar mama had gezegd dat ze zo zouden gaan eten.
En mama had gezegd dat het al te donker aan het worden was.
En mama had gezegd dat ze morgen wel in de sneeuw zou mogen spelen.

Wat stom! Ze wilde nu!


Plotseling zag Erva buiten in de sneeuw iets bewegen.

Hey, dat was poes Vlekje! Die mocht wel naar buiten!

Maar ja, Vlekje had haar eigen deurtje. Een klepje in de achterdeur dat open en dicht kon.

Buiten liep Vlekje voorzichtig door de sneeuw. Ze vond die sneeuw maar een beetje raar. Ze tilde haar pootjes hoog op. Plotseling viel er een dikke vlok met sneeuw op haar neus. Ze schudde haar hoofd. Ze knipperde met haar ogen. Ze sprong omhoog en sloeg naar de dwarrelde sneeuwvlokken.

“Mama, Vlekje is wel buiten. Dat is niet eerlijk!”

Mama glimlachte. Ze aaide Erva over haar hoofd.

“Mama, moet Vlekje eigenlijk geen muts op? En wanten? En een winterjas?”

“Nee”, zei mama, “Vlekje heeft al een jasje van zichzelf.”

“Maar mama, kan Vlekje dan niet bevriezen?”

Mama dacht even na. Toen zei ze: “Als Vlekje heel lang buiten blijft, is het ook een beetje te koud voor haar. Maar maak je maar geen zorgen. Vlekje heeft haar eigen deurtje hè, als ze het koud heeft, komt ze gewoon lekker naar binnen.”

“Kom, we gaan eten.”


Na het eten zei mama: “Erva, denk je eraan om Vlekje eten te geven? Niet te veel hè, ze is zo dik geworden.”

Erva liep naar de keuken. Daar stonden twee schaaltjes. Eentje vulde ze met water. In de andere deed ze kattenbrokjes. Vreemd, meestal stond Vlekje al te wachten op het eten.

“Vlekje”, riep Erva. Vlekje was nergens te zien.

Buiten was het hard gaan waaien.


Die avond, vlak voordat mama haar naar bed bracht, ging Erva nog even kijken in de keuken. Ze schrok. Het eten van Vlekje stond er nog. Het drinken van Vlekje stond er nog.

Mama las nog een verhaaltje voor voor het slapen gaan. Dat deed ze altijd. Maar nu kon Erva niet goed luisteren.

“Mama, waar is Vlekje?”

“Erva, ik denk dat Vlekje gewoon lekker buiten aan het spelen is. Met de andere poezen. Ze komt echt wel terug hoor. Ga maar lekker slapen, als je dan morgen wakker wordt kun je weer met Vlekje knuffelen.”

Erva geeuwde. Mama gaf haar een kus. “Slaap lekker.”

Erva sliep en sliep en sliep.


Plotseling werd ze wakker. Het was donker in de kamer. Vlekje, dacht Erva.
Zou Vlekje al binnen zijn?

Ze stapte uit bed. De vloer was koud. Voorzichtig liep ze haar slaapkamer uit. Op haar blote voeten de trap af. Naar de keuken.

Het eten van Vlekje stond er nog. Het drinken van Vlekje stond er nog. Waar was ze?


Ze rende naar boven. Naar de kamer van mama. Ze stormde naar binnen. Sprong op het bed.

“Mama, mama, wakker worden!”

Mama kwam overeind en wreef in haar ogen.

“Wat is er, Erva?”

“Mama, mama, Vlekje is er niet. Mama, Vlekje is nog buiten. Mama, straks gaat Vlekje bevriezen. Mama, we moeten gaan zoeken!”

Mama schudde haar hoofd en pakte Erva’s schouders vast.

“Erva, het is nu te donker buiten. We kunnen Vlekje nu niet vinden. Morgen, dan gaan we zoeken. Maar maak je geen zorgen, Vlekje kan voor zichzelf zorgen.”

“Maar, mama, ik ben toch bang.”

“Weet je wat, Erva, kom maar bij mij in het grote bed slapen.”

En dat deed Erva. Ze kroop dicht tegen mama aan.


Toen ze de volgende morgen wakker werd, rende ze naar beneden.

Het eten van Vlekje stond er nog steeds. En het drinken ook. Snel ontbijt. Snel jas, snel schoenen, snel wanten, snel muts. Naar buiten. Mama liep achter haar aan.

Buiten was alles wit van de sneeuw. Zelfs de auto’s in de straat waren verstopt.

“Vlekje”, riep Erva. Maar alles bleef stil. Vlekje was nergens te zien. Erva rende om het huis heen naar de tuin. Daar was Vlekje ook niet.

Oh. Nu zag ze het. Een grote berg sneeuw voor de luikje van Vlekje. Zoveel sneeuw dat Vlekje niet meer naar binnen kon komen. Dat had de wind gedaan. Daarom was Vlekje niet komen eten.

In de sneeuw stonden allemaal kleine pootjes. Vlekje was wel hier geweest.


Voorovergebogen volgde Erva de voetstapjes van Vlekje in de sneeuw. De tuin uit, de straat in, over de stoep. Mama er achteraan.

“STOP!”. Erva schrok van de schreeuw van mama. Ze keek op. O o, ze stond aan de rand van de grote weg. Auto’s reden langs haar heen.

“Mama, de grote weg. Mama, dat is toch heel gevaarlijk? Mama, zou Vlekje dan gebotst zijn? Met de auto’s? Mama!”

“Rustig maar, Erva. In de nacht is het hier niet zo druk. Kom, dan steken we bij het stoplicht over en dan zoeken we de voetstapjes van Vlekje aan de andere kant van de weg.”

Gelukkig, de voetstapjes van Vlekje gingen verder. Erva kon ze het beste zien, mama was eigenlijk een beetje te groot om de kleine voetstapjes te zien.


Ze volgden de voetstapjes tot ze plotseling stilhielden bij een klein huisje. De deur stond een klein beetje open. Op de deur zag Erva een plaatje van een bliksemflits. Ze wist wel wat dit voor huisje was. Een huisje voor de elektriciteit. Voor de lampjes. Je kon altijd een beetje gebrom horen, en de muur van het huisje was een beetje warm.

Mama schoof de deur een klein beetje verder open. Ze keek naar binnen. Allemaal draden, allemaal knipperende lampjes. Achterin in het donker een kast.

“Vlekje!”, riep mama.

Ze stapte naar binnen en kwam even later met Vlekje naar buiten. Erva begon te dansen.

Maar het leek wel of Vlekje helemaal niet mee wilde. Ze miauwde en miauwde. Het leek wel alsof ze terug wilde.

Mama keek nog een keer naar binnen in het huisje. Ze knipperde met haar ogen. En toen begon ze te lachen.

“Erva, weet jij dat ik zei dat je Vlekje niet zoveel eten moest geven omdat ze zo dik werd? Dat was helemaal niet van het eten.”

Toen mama het huisje weer uit kwam, had ze niet alleen Vlekje vast, maar ook twee hele kleine lieve kittens. Vlekje had twee baby’s gekregen!

En zo gingen ze naar huis. Erva hield Vlekje vast en mama droeg de twee kittens.


Thuis zetten ze het mandje van Vlekje vlakbij de verwarming en legden haar en de twee kittens erin. Erva ging ernaast zitten en aaide ze zachtjes.

Mama maakte het kattenluikje dicht. Vlekje moest nu maar een paar dagen met haar kittens binnen blijven.

Daarna maakte ze warme chocolademelk met slagroom. Ook voor Erva.


Openbare / christelijke versie

Ik vertel mijn kerst- / winterverhalen zowel op openbare als op christelijke scholen. De verhalen pas ik aan naar het beleid van de school.

Op christelijke scholen vertel ik dit verhaal anders dan het hierboven staat. Er zitten dan meer elementen van het bijbelse kerstverhaal in. En ik voeg bij dit verhaal toe dat mama en Erva samen midden in de nacht vragen of God voor Vlekje wil zorgen.

Rechten

Dit verhaal is bedacht en geschreven door Rudolf Roos.

Wil jij dit verhaal live vertellen, laten horen of voorlezen? Leuk! 😀

Bij deze heb je mijn toestemming. Voor opnames of publicatie moet je wel apart toestemming vragen.

💡 Als je dit verhaal waardevol genoeg vindt om te vertellen of voor te lezen, geef dan indien mogelijk iets terug door via deze link een donatie te doen.

Inspiratie

Toen ik klein was werden er elke kerst kerstverhalen verteld. En veel voorgelezen, uit verschillende boeken van W. G. van der Hulst. Winterse kerstverhalen. Vanuit die sfeer en warme herinneringen heb ik dit verhaal gemaakt.

Dit kerstverhaal past bij groep 1, groep 2, groep 3 en groep 4 van de basisschool (4-8 jaar).

Een ander kerstverhaal voor kinderen?

Kerstverhalen voor Kinderen

Er zijn heel wat boeken met kerstverhalen voor kinderen. Deze drie kan ik je aanraden.

Lees meer over mijn favoriete drie boeken met kerstverhalen…